Eind vorig jaar was de spreekwoordelijke kogel door mijn kerk: ik heb mezelf kunnen overtuigen om mijn Canon EOS 40D te verlappen en een Sony SLT-A33 in de plaats te kopen. Enkele maanden geleden waren we in onze preview optimistisch over de mogelijkheden van deze jongste dSLR-telg van Sony. Ik licht na enkele weken persoonlijk gebruik toe of ze dit potentieel ook kunnen verzilveren.

Eer we aan de eigenlijke review beginnen wil ik eerst nog een klein overzichtje geven van wat de specificaties van het toestel zijn. Ik trek ook een korte vergelijking naar de SLT-A55.

De SLT-A33 is net zoals zijn grote broer, de A55, een toestel met Sony’s nieuwe Translucent Mirror-technologie, dit wil zeggen een semi-transparante spiegel. Door dit nieuw staaltje technologie wordt onder meer de karakteristieke hoge snelheid (7 beelden per seconde op de A33 en 10 beelden per seconde op de a55) van de reeks bepaald. Ook de afmetingen en het gewicht van het toestel kunnen worden geminimaliseerd.

In plaats van de gewoonlijke optische viewfinder maakt dit toestel gebruik van een elektronische variant met een bijzonder hoge resolutie van 1.152.000 dots. Het LCD-schermpje heeft 921.600 met een 100% dekking, draait om 270° en is om 180° klapbaar.

Het toestel is is dus in een permanente LiveView-staat, en kan in deze staat door zijn specifieke spiegel ook full-time fasedetectie autofocussysteem bieden. Eveneens op de 1080i videofunctie is een fasedetectie AF-systeem mogelijk.

De verschillen tussen A55 en A33 zitten puur in de technische specificaties:

  • De A55 heeft een GPS-sensor die bij de A33 ontbreekt (maar deze is uitbreidbaar met een aparte GPS-module, indien je achteraf van gedachte verandert),
  • de A55 haalt een maximumsnelheid van 10fps, terwijl dat bij de A33 7fps,
  • en ook de buffer van de A55 is groter: 20 RAW’s of 35 JPEG’s, in tegenstelling tot de A33, die plaats heeft voor 7 RAW’s of 16 JPEGS

Hoe deze specificaties zich vertalen naar het gebruik van het toestel lees je hier.

Ontwerp & Ergonomie

Door het specifieke ontwerp van spiegel heeft men heel wat componenten van de A33 en A55 kunnen herpositioneren. Hierdoor zijn beide toestellen een pak compacter dan hun collegas in het APS-C bereik.

Sterker zelf: als je de iets dikkere handgrip van de A33 buiten beschouwing laat, is het toestel net iets compacter dan de tot nu toe slankste dSLR, de Olympus E420. Die laatste heeft trouwens een kleinere sensor en geen interne beeldstabilisatie.

Het was in eerste instantie geen prioriteit om een compact toestel te vinden, maar gaandeweg merkte ik toch dat de drempel om mijn dSLR mee te nemen een pak lager ligt dan met mijn voorgaande - lees: zwaardere – kit.

Ondanks zijn beduidend kleinere afmetingen ligt de A33 nog relatief goed in de hand. Mijn vingers vallen vanzelf in een comfortabele houding en alle knoppen zijn logisch ingedeeld. Sony heeft duidelijk geleerd van de fouten in het ontwerp van de A230/330-reeks.

Door de lichtheid van het toestel is ook mogelijk om het toestel langer in één hand te kunnen vasthouden, waardoor het makkelijk wordt om vanuit uitzonderlijker perspectieven te fotograferen.

Eén nadeel is natuurlijk wel dat het toestel minder uitgebalanceerd is indien je zware telezooms gebruikt, wat na lang gebruik belastend kan zijn voor de pols.

Omdat mijn vorig toestel bovenop een extra LCD-schermpje had, was het voor mij even wennen aan de manier van werken op de A33. Transportfunctie, ISO, witbalans en dergelijke stel je in via de Fn-toets vanachter op het toestel. Deze valt bij het vasthouden van het toestel net onder de duim.

Sinds ik de A33 gebruik merk ik dat ik steeds vaker het scherm gebruik dan de viewfinder. Dat is een gewoonte die ik heb overgehouden van de enkele weken waar ik de NEX-5 getest heb.

In dat opzicht is het zelf niet zo erg dat alle instellingen vanachter op het LCD-schermpje te vinden zijn, en niet op een apart schermpje bovenop, zoals mijn EOS 40D. Alle info staat zo netjes bij mekaar. Een extra LCD bovenop zou dus overbodig zijn, maar ik kan niet ontkennen dat enkele externe bedieningsmogelijkheden welkom zouden zijn.

Het is met de A33 bijna een evidentie geworden om met het schermpje te fotograferen. Niet alleen om het full-time fasedetectie autofocussysteem op de LiveView waarmee Sony uitpakt, maar ook om de kantel- en draaibaarheid en de degelijke resolutie van 940k dots. Met zulk een gestroomlijnd en intuïtief systeem vraag ik me langzaam af of de conventionele viewfinder niet langzaam overbodig wordt.

Niet dat de elektronische viewfinder van de SLT-reeks onbruikbaar is, integendeel: Sony verdient een pluim op dit vlak. Een deel van de kwaaltjes die deze viewfinders tot op heden plaagden zijn opgelost en verbeterd, onder andere de lage resolutie, resolutie en lichtgevoeligheid. Dynamisch bereik is hier nog niet optimaal, je verliest een deel detail in de lichte partijen bij contrastrijke scènes, maar in vergelijking met zijn concurrenten redt de a33 zich relatief goedt op dit vlak.

Handig blijft natuurlijk het feit dat je een bom extra informatie in je elektronische viewfinder kan terugvinden, waaronder de elektronische waterpas die je ook op het scherm terugvindt.

Wat ik raar vind is dat foto’s en video’s bij het herbekijken gescheiden staan. Sony, die de term usabilty praktisch gelanceerd hebben in de digitale camera-wereld, is hier toch wel zwaar de mist in gegaan. Ik moest als ervaren cameragebruiker al even zoeken waar mijn filmpjes gebleven waren. Toen ik door had dat deze apart weergegeven werden, was het ook nog even zoeken waar ik van de foto- naar de videoweergave kon schakelen: dit zit in het menu verstopt. Als alternatief kan je ook op de uitzoom-knop duwen en zo omschakelen, maar ook dit was niet eenvoudig om te vinden.

Afgezien van de ietwat plastiekerige feel van de SAL 18-55mm kitlens voelt de body goed afgewerkt aan. Niets dat hier op dit vlak specifiek opvalt, de robuustheid valt in mijn opinie perfect te vergelijken met zijn concurrenten.

Een toch niet onbelangrijk punt van kritiek wil ik wel nog meegeven: aangezien het niet mogelijk is om de spiegel zelf zuiver te maken, is het onder geen enkel beding toegelaten om deze aan te raken. Eén vettige vinger erop en je mag het toestel naar het dichtstbijzijnde Sony service-centrum brengen. Ik vermoed dat dit te maken heeft met een bepaalde coating op de translucent mirror.

Aangezien er ook in de body (op een kleine airflow over het oppervlak van de spiegel na) geen alternatieve mogelijkheden zijn om deze proper te maken, is dit voor de outdoor-fotograaf die vaak van objectief verwisselt een significant nadeel.

Autofocus en continu-beeldopname

Met de semi-transparente spiegel in de A33 is het niet meer nodig om de spiegel omhoog te laten klappen. Het enige waarop je moet wachten is het diafragma van de lens dat terug moet openspringen na elke belichting. Op die manier haal je een zeer indrukwekkende maximumsnelheid van 6 beelden per seconde. Dat diafragma kan je overigens op f/3.5 of groter (indien je lens dat toelaat) locken, om tot de 7 beelden per seconde te geraken.

In de buffer is plaats voor zeven RAW-bestanden of 16 JPEG-bestanden op maximum kwaliteit. Een snelle kaart (klasse 6) is dus aan te raden indien je de continu-beeldopname vaak gaat gebruiken. De A55 kan weliswaar 20 RAW-bestanden of 35 JPEG’s in zijn buffer kwijt, maar naar verluid duurt het langer eer die terug leeg is.

Hoewel de a33 en de a55 enorm snel continu kunnen fotograferen, is dit procédé in de huidige sportcameras toch nog altijd een tikje verfijnder. Toestellen zoals een 1D Mark IV of een D3s klappen de spiegel tussen de opnames terug naar beneden, waardoor je een fractie van een seconde terug je onderwerp te zien krijgt in je viewfinder. De a33 en a55 tonen tussen opnames kort een statisch beeld van hetgene je net gefotografeerd hebt, wat het volgen van een snel bewegend onderwerp moeilijker maakt.

Je moet echter in koop nemen dat momenteel niemand van de concurrentie in dezelfde prijsklasse een waardig alternatief biedt (op vlak van snelheid). De 1D Mark IV en de D3s kosten minstens 3000 euro meer. De 7D, met 8bldn/sec, is iets betaalbaarder, maar ligt toch ook niet exact in dezelfde prijsklasse.

Ik kan concluderen dat de autofocus van de A33 in het algemeen zeer vlot en precies is, zowel in donkere als in lichte omstandigheden. Sterker nog, de autofocus is zo snel dat ik vaker de AF-lock knop gebruik dan bij mij EOS 40D: de a33 neigt snel op de achtergrond te focussen als je wil herkadreren.

Sensor, belichting en beeldkwaliteit

De A33 is uitgerust met dezelfde 14,6 MPixel Exmor CMOS sensor die je ook terugvindt in de NEX-3, NEX-5 en de A560. Die laatste wordt blijkbaar in de Benelux niet geïmporteerd. De A55 heeft een nieuwe 16,2 MPixel CMOS Exmor sensor, die eveneens gebruikt wordt in de a580, en ook in de Nikon D7000.

Er zijn verschillende tegensprekende reviews op het net te vinden over het effect van de translucent mirror op ruisvorming heeft. Feit blijft dat je door de semi-transparante spiegel een portie licht verliest, waardoor Sony zich waarschijnlijk genoodzaakt zag de lichtgevoeligheid van de sensor bij te stellen. Dit kan verklaren waarom er een licht hogere ruisfactor op de beelden van de A33 vindt dan op die van de A560, die dezelfde sensor deelt.

Om dit laatste in perspectief te brengen: persoonlijk vond ik de prestaties een grote stap vooruit op mijn EOS 40D. In zogenaamde “field conditions” had ik nooit de indruk dat de A33 overmatig ruis produceert, integendeel. De ruis die licht duidelijk wordt vanaf ISO 800, maar zeker binnen aanvaardbare termen blijft,  is grotendeels van monochrome aard en amper van gekleurde.

Het is moeilijk om een vergelijking te trekken met Canon, omdat ik die data niet heb, maar afgaande op wat ik gelezen heb, zijn de prestaties op dat vlak vergelijkbaar met die van de Canon EOS 550D.

Wat ik wel ondervonden heb is dat de A33 soms lichtjes overbelicht in lichtrijke omstandigheden. Dit zou geen probleem moeten vormen als je in RAW fotografeert, maar fotografen die nabewerking eerder schuwen, stellen op zonnige dagen de belichtingscompensatie liever in op -0.3 EV.

Speciale (High-Speed) Multi-shot modi

We kunnen concluderen dat Sony’s SLT-reeks dus de snelheid van zijn sensor en spiegelsysteem als voornaamste troef hanteert. Maar daar houdt het niet op: In 2009 en 2010 heeft Sony voor zijn reeks high-end compacts een reeks features bedacht die op het eerste zicht niet met de snelheid van zijn systeem te maken heeft, maar hier toch op gebaseerd zijn.

1. Handheld Twilight & Multi-frame Noise-reduction

(Schemeropname uit de hand & Multi-frame Ruisreductie)

Waarschijnlijk de meest handige functie van alle multi-shot modi. Het is duidelijk dat de signaalversterking (hogere ISO-waarde) in donkere omstandigheden altijd één duidelijk nadeel heeft: meer ruis.

Het principe achter Handheld Twilight en Multi-frame NR is simpel: ruis is willekeurig. Als je zes opnames van een scène zonder beweging achtereen maakt en informatie combineert, heb je een foto met minder ruis. Het verschil tussen de twee? Handheld Twilight is compleet automatisch, terwijl je bij Multi-frame NR ook zelf je ISO-waarde, sluitertijd en diafragma kan instellen.

In de praktijk werkt dit ook echt, en ik wil zelf zo ver gaan om te zeggen dat deze twee modi tot de meest handige features behoren die Sony de laatste jaren ontwikkeld heeft.

2. Auto HDR

Het principe achter HDR is voor de meesten duidelijk. Om een hoger dynamisch bereik te krijgen, combineert men informatie uit enkele verschillende opnames (onderbelicht, normaal belicht en overbelicht) om één correcte belichting eruit te halen. Dit wordt vooral in contrastrijke scènes gebruikt, waar het moeilijk is om een correcte belichting uit één shot te halen, sommige fotografen gebruiken deze techniek in een extreme variant om een aparte stijl aan hun kiekjes te geven.

Van de ingebouwde HDR-functie op de SLT-reeks moet je geen abstracte en overdreven stilistische HDR-foto’s verwachten. De functie houdt zich trouw aan de originele bedoeling van HDR, en levert netjes uitbelichte en neutrale foto’s af.

Een functie die niet elke fotograaf gaat gebruiken, en ook niet voor elke scène geschikt is, maar desalniettemin handig.

3. Sweep Panorama

All work and no play make Jack a dull boy. Terwijl de twee vorige functies handig waren, is de Sweep Panorama functie gewoonweg fun. Het principe is eenvoudig: selecteer de Sweep Panorama-functie, beweeg in de richting van de pijl en het micro-alignment algoritme doet de rest van het karwei. Panoramas maken kan je in alle richtingen.

Ik stitch zelf vaker panoramas aan mekaar via Adobe Photoshop en zal dat ook blijven doen, omdat je dan zelf veel meer controle hebt over het resultaat. Maar ik kan niet ontkennen dat Sweep Panorama leuk is om snel een overzichtje te maken van je omgeving, een panaromafunctie in snapshot-filosofie, als het ware.

Batterij

De Sony SLT-reeks wordt voorzien van een NP-FW50 InfoLithium batterij van 1080 mAh. Deze capaciteit is niet bijzonder hoog voor een spiegelreflex. Neem daar nog eens bij dat de high-speed modi en videofunctie blijkbaar meer energie vragen van het toestel.

Indien je een volledige dag serieus wil fotograferen, is het toch ten zeerste aangeraden een reserve-accu mee te nemen.

Pro & Contra

Tot slot nog eens alle voor- en nadelen in overzicht:

1. Pro
  • Enorm snelle continu-snelheid van 7 bldn/sec,
  • Live-view en videofunctie met snelle autofocus via fasedetectie. Autofocus even precies als de rest in zijn klasse,
  • AF tracking betrouwbaar,
  • Live-view en viewfinder geven 100% dekking,
  • Elektronische viewfinder op meeste vlakken beste in zijn soort: snel, responsief, groot, helder en veel informatie weergegeven,
  • Scherp en contrastrijk draaibaar LCD moedigt frequent gebruik aan, ook in zonnige/heldere omstandigheden enorm bruikbaar,
  • Ergonomisch bij gebruik van lenzen met “normaal” gewicht, ondanks compacte vorm,
  • In-body stabilisatie,
  • Ruisverhouding goed voor zijn klasse, zeer goede resolutie/detail,
  • Kitlens op gelijk optische kwaliteitsniveau als zijn collegas,
  • Maakt weinig lawaai (spiegel klapt niet tegen binnenkant body),
  • Handheld Twilight/ Multi-frame NR enorm bruikbaar in donkere omstandigheden,
  • Sweep Panorama leuk om te gebruiken onder “casual” omstandigheden: meer “snapshot”-aanpak op panoramas,
  • Goede afwerking van body, solide indruk, rubberen greep,
  • Zowel geschikt voor beginners (uitgebreide uitleg bij elke functie, eenvoudig menu) als voor doorwinterde fotografen.
2. Contra
  • Overbelicht soms in lichtrijke omstandigheden,
  • Ondanks superieure kwaliteit voor elektronische viewfinder is deze nog altijd niet beter als de meeste optische varianten,
  • High-speed functies zijn energievreters (batterij snel leeg),
  • Spiegel niet zelf schoon te maken, maar op te sturen naar reparatiedienst: oppassen bij verwisselen van lenzen!
  • Continu 7bld/sec niet even verfijnd als in top-end cameras zoals 7D/1DmkIV/D3s. (maar deze liggen in een pak hogere prijsklasse),
  • Foto- en videoweergave zit gescheiden. Omschakelen van foto’s naar video herbekijken moeilijk te vinden,
  • Translucent Mirror oorzaak van klein lichtverlies (a560 presteert licht beter op hoge ISO-waarden ondanks dezelfde sensor te hebben).

Conclusie

In een markt waar Canon en Nikon domineren moet een minder gevestigde fabrikant als Sony opvallen om een deel van de koek te kunnen stelen. Het staat buiten kijf dat ze dit met hun NEX- en SLT-serie ook zeker voor mekaar gekregen hebben. Bij de lancering had ik echter geen idee dat ik ook op zulk een manier overtuigd zou geraken van hun SLT-systeem.

De SLT-reeks is een serie die foto-amateurs en beginnelingen verbroedert. Newbies zullen tevreden zijn van de uitgebreide automatische functies, de uitgebreide uitleg die je bij elke functie krijgt en de handige videofunctie. Foto-amateurs vinden zich vooral in de hoge snelheid die de A33 en A55 leveren. Ik raad ook iedereen aan de high-speed functies eens te verkennen.

Elk voordeel heb zuh’ nadeel, en ook de SLT-A33 moet ergens compromissen sluiten. De hoge snelheid gaat zeer licht ten koste van lichtgevoeligheid en ruisverhouding, en in lichtrijke omstandigheden moet je oppassen dat het toestel in automatische stand niet overbelicht. Ook de spiegel kan iets minder tegen vuiligheid dan ik gehoopt heb. Maar fotografen zijn inventieve wezens, we weten op de één of andere manier te leven met de tekortkomingen van ons materiaal en kunnen een manier vinden om ze te omzeilen.

Mijn vrees voor de elektronische viewfinder bleek ongegrond: hoewel een optische kwalitatief nog altijd beter is, ben ik tevreden met wat ik heb. Meer informatie op die viewfinder is trouwens ook altijd leuk meegenomen. Ook heb ik gemerkt dat ik veel vaker met het grotere en heldere scherm fotografeer: de fasedetectie op LiveView-beelden spoort aan op een andere manier te werken.

De A33 kan concurreren met zijn tegenhangers (EOS 500D/EOS 550D/D3100) op vlak van beeldkwaliteit, en steekt ze de loef af op vlak van snelheid. Ik kan de A33 (en de A55 for that matter) dus met een gerust hart aanraden.

Mensen die vaak reizen of op een regelmatigere basis sport fotograferen zullen profijt halen uit respectievelijk de GPS-sensor of de 10bld/sec snelheid die de A55 biedt (ongeveer €100 meerprijs).

  • Beeldkwaliteit: 75/100
  • Autofocus: 80/100
  • Ergonomie/handling: 77/100
  • Praktische waarde: 82/100

Gemiddelde score: 78,5/100

- SVEN


This post is tagged , , ,

Leave a Reply

Categories