Als landschapfotograaf kom je op bepaalde avonden altijd wel eens een indrukwekkend zicht tegen dat je wil fotograferen. De lucht kan op bepaalde tijdstippen zeer mooi zijn, afhankelijk van kleur en wolken. Toch is het niet altijd even makkelijk een degelijk uitbelichte foto vast te leggen.
Digitale fotografen kennen het probleem maar al te goed… Ofwel is je luchtpartij correct belicht en is de landpartij één zwarte vlek, ofwel belicht je het landschap correct en is je lucht uitgebrand.
Gelukkig kan je met enkele technieken wel een correct belicht beeld verkrijgen, zonder zelf licht te moeten toevoegen. Een overzicht…
De theorie
Eerst even een kleine uitleg over de terminologie en technologie.
Dynamic watte?
“Dynamic Range” is simpelweg Engels voor “dynamisch bereik”, een term die – ook buiten de fotografie – gebruikt wordt om het verschil tussen de kleinste en de grootste waarde van een grootheid weer te geven. In de praktijk vertaalt zich dat bijvoorbeeld een microfoon die zowel hoge als lage tonen zonder storing weet te registreren, het verschil tussen het luidste en stilste deel van een muziekstuk of – voor ons het meest relevante – de verhouding tussen de hoogste en laagste lichtwaarden van een foto.
Hoe wordt dynamisch bereik uitgedrukt?
Dynamisch bereik is een verhouding en wordt alsdus zonder eenheid uitgedrukt. In de fotografie stelt deze verhouding twee lichtwaarden voor, waarvan de lichtintensiteit uitgedrukt wordt in candelas per vierkante meter (cd/m²). Het menselijk oog heeft zelf een vrij groot dynamisch bereik dat rond 10,000:1 ligt.
In de praktijk
Natuurlijk is al deze theorie nutteloos als ik niet zou uitleggen waarom dit alles vrij belangrijk is in de praktijk…
Waarom best altijd in RAW fotograferen als je kan?
Iedere digitale sensor is opgebouwd uit photosites die fotonen opvangen. Om dit even gemakkelijk te maken kan je deze best even voorstellen als minuscuul kleine vaatjes met rode, blauwe en groene kleurfilters erboven op. Omdat het menselijke oog van nature uit gevoeliger is voor groen licht, zijn er dubbel zoveel groene als blauwe en rode photosites. Deze ‘overdaad’ aan groene pixels produceert een beeld met gevoelig minder ruis.
Deze vaatjes zijn vanzelfsprekend niet bodemloos, eens ze gevuld raken en overlopen, kan er een hele boel kleurinformatie verloren gaan. Neem daar nog eens bij dat groene kleurfilters meer licht doorlaten (en zodus de groene vaatjes sneller gevuld zullen geraken), en de camera-interne JPEG-verwerking nog eens een extra S-curve op het beeld toepast, dan heb je helemaal een recipe for disaster.
Wanneer je in RAW-modus fotografeert, elimineer je niet enkel die S-Curve, maar heb je in de regel nog enkele stops “in buffer” (en fotografeer je zodus met het maximum dynamisch bereik dat je sensor op dat moment kan leveren), waardoor je makkelijk verloren kleurinformatie achteraf kan recupereren. Op die manier haal je altijd het maximum uit je shots.
Bringing out the big guns…
In bepaalde situaties is de marge die RAW levert echter nog niet genoeg. In scènes met zeer hoog contrast die doorgaans moeilijk te registreren vallen in RAW kan een fotograaf naar HDRI grijpen als mogelijke oplossing. HDRI combineert de informatie van tenminste drie verschillende belichtingen van dezelfde scène in één beeld. Soms wordt HDRI ook simpelweg gebruikt om een typische HDR-sfeer op een beeld te krijgen, als de fotograaf een net iets creatievere aanpak wil proberen.
Natuurlijk heeft deze techniek ook zijn limitaties. Je zit in eerste instantie sowieso vast aan je (liefst goed stevig) statief, je werkt best met een cable of remote release en er is best ook niet teveel wind. Dit neemt per afgewerkt HDR-shot ook tenminste drie maal zoveel plaats in op je geheugenkaart, omdat je vanzelfsprekend tenminste drie verschillende belichtingen nodig hebt om uiteindelijk een degelijk HDR-beeld te verkrijgen. Ook bewegende beelden zijn uit den boze, je gaat deze techniek dus vooral gebruiken bij landschapshots.
Concrete situaties tegenover materiaalcapaciteiten
Wat concreet cijferwerk aangaande dynamisch bereik, om alles een beetje in perspectief te zetten:
- Afhankelijk van welke film je gebruikt, heeft een analoge camera een dynamisch bereik van maximum 2000:1 (ca. 11 stops). Een gemiddelde dSLR-sensor scoort hier een bereik van 400:1 (ca. 8,5 stops), een typisch JPEG-beeld heeft maar een dynamisch bereik van 256:1. Op dit vlak scoort een analoge camera nog altijd beter dan een digitale, in optimale omstandigheden.
- Een typische zonnige dag heeft een dynamisch bereik van 100,000:1 (wat ongeveer neerkomt op ongeveer 17 stops). Een tiff-beeldbestand kan deze complete informatie niet vatten met zijn ratio van 65,536:1. Een 32bit HDR-image kan dit wel, met zijn duizelingwekkende 4,294,967,296:1 maximum contrastratio.
- Het menselijk ook kan een ratio van ongeveer 10,000:1 waarnemen.
- Een goed beeldscherm scoort op vlak van dynamisch bereik best 500:1 tot 1000:1. Het kan bijgevolg nooit een 32bit HDR-image correct weergeven. Deze massa aan kleurinfo kan desalniettemin vanzelfsprekend handig zijn voor post-processing doeleinden. Via tone-mapping kan je een hele boel kleurinformatie terugvinden en lokaal aanpassingen doorvoeren m.b.t. belichting, zonder het zgn. posterisatie-effect te krijgen.
- Prints hebben het laagste dynamisch bereik, typisch 100:1 tot 250:1.
(Deze cijfers komen uit Digital PhotoPro, editie Februari 2010)
HDRI: Multiple JPEG vs. Mulitple RAW Developments vs. Multiple RAW
Er zijn verschillende manieren waarop je de realisatie van zo’n HDR-Image kan aanpakken. Een eerste is door drie verschillend belichte JPEGs samen te voegen in één HDR-beeld. Dit werkt perfect, maar op die manier elimineer je al een heel deel informatie op voorhand, door de JPEG-compressie en de voorheen vermeldde verwerking die je camera voor zijn rekening neemt.
Een tweede optie is de “Multiple RAW Developments”-optie. Hierbij neem je één RAW-beeld en haal je hier met behulp van je RAW-verwerkings-programma drie verschillende belichtingen uit. Ook dit werkt, maar dit levert geen merkbaar voordeel op een normale RAW-verwerking. Uiteindelijk deel je je 12-bit beeld in drie schrijven om het nadien terug tot één beeld van 12 bit te verwerken. Daarom spreekt men in dit geval niet van een “true HDR-Image”.
De laatste optie is de “Multiple RAW”-optie, waarbij je drie anders belichte RAW-beelden samenvoegt. Op deze manier heeft iedere belichting het volledige dynamisch bereik van de sensor meegekregen en haal je ook het maximum uit je HDR-beeld. Hier spreekt men vanzelfsprekend wel van een “True HDR-Image”.
Hoe ga je te werk?
Ik ga in dit artikel niet uitweiden over de verschillende manieren om HDRI toe te passen. Exacte tutorials vind je en masse op Google, in alle geuren, kleuren en vormen. Ik zal hier wel enkele links posten die je misschien kunnen verderhelpen, moest je geïnteresseerd zijn in de materie.
Software:
Tutorials:
- Vanilla Days: HDR Tutorial: Complete gids over hoe je HDRI aanpakt in Photomatix
- Nicolas Genette Photography: HDR Photography Explained: Gaat iets dieper in over hoe je je lichtmeting uitvoert, gids over hoe je HDRI aanpakt in Photoshop CS2
- DigitaleFotografie.nl
- SVEN







